Deze post is het vierde deel in de blogreeks “De Virtuele Mentor”, lees als je dit nog niet gedaan hebt eerst deel 3: lijnplanning!

Je hebt je dus helemaal voorbereid, je hebt je eerste fokratten gekregen van een goede fokker die jou ook bijstaat in het proces en deze zijn oud genoeg om ingezet te worden. Tijd voor je eerste nest!

De dekking

Het begint natuurlijk allemaal met de dekking. Lijkt simpel: je zet een man en een vrouw samen en voila! Er zijn echter allerlei verschillende scenario’s.

Ten eerste de vraag waar de dekking plaatsvindt: bij jezelf thuis of bij iemand anders. Als je een van je eigen mannen als dekman inzet gebeurd de dekking natuurlijk thuis, maar als je een dekman van een andere fokker wilt lenen is het verstandiger om je dame samen met een vriendinnetje uit logeren te doen voor de dekking. Dit omdat mannen soms wat dominanter kunnen worden na een dekking door invloed van de hormonen, en het daardoor beter is dat de dekman zo kort mogelijk weg is van zijn groepsgenoten. Als je een dekman wilt lenen van iemand die het niet ziet zitten om zelf de dekking te doen – bijvoorbeeld een huisdiereigenaar die een externe dekman heeft zitten – dan is het het beste als de hele mannengroep komt logeren en niet enkel de dekman met een vriendje.

Dus de dame en de dekman zijn in één huis, wat nu? Wat normaliter wordt aangeraden is om de man en de vrouw samen te zetten wanneer het vrouwtje flapperig (dekrijp) is en dan een periode van zo’n max 12 uur samen te houden. Dit heeft als voordeel dat je precies weet wanneer het vrouwtje is gedekt en dus wanneer je de rittens kunt verwachten. Ook accepteert een dekrijpe vrouw een vreemde man vaak zonder problemen, ze is immers bronstig en wilt graag gedekt worden.

Hoe weet je of een vrouwtje flapperig is? Waarschijnlijk heb je na een tijdje vrouwen houden het wel al eens opgemerkt: vaak zijn ze druk en springerig, als je over haar rug kriebelt vibreren haar oren en gaat ze in de dekhouding staan (gekromde rug met haar bips omhoog) – en vaak wordt ze gedekt door kooigenoten! Als je haar oppakt en haar vulva bekijkt zul je zien dat deze wat open staat en soms wat blauw kleurt, dit is een handig herkenningspunt als je dame bovenstaande signalen niet of nauwelijks laat zien. Het verschilt per rat wanneer, hoe vaak en hoe lang ze flapperig zijn, maar gemiddeld genomen worden ze iedere 4 á 5 dagen flapperig en meestal ‘s avonds tot ergens in de ochtend. Je kunt dus iedere avond je vrouwtje checken en met een beetje geluk vind je haar binnen 5 dagen flapperig.

Dus je hebt een flapperige dame in je handen, wat is de volgende stap? Zet de dame samen met de dekman samen in een duna, dit mag een schone duna zijn of een duna die je altijd voor dekkingen gebruikt. Als beide ratten een beetje gewillig zijn zal de man aan de vrouw gaan snuffelen en de vrouw klaar gaan staan. Voor je het weet klimt de man op de vrouw en binnen een seconde is de eerste dekking een feit. Na iedere dekking wast de man zijn geslachtsdeel even en dan zal hij opnieuw proberen dekken.
Ik raad aan om er bij te blijven tot je de eerste dekking hebt gezien, maar soms heb je ratten die niet zo van pottenkijkers houden. Als de ratten wel vriendelijk zijn naar elkaar kun je ze samen laten en er op hopen dat er gedekt wordt wanneer je niet kijkt. Wel raad ik aan om de duna binnen gehoorsafstand neer te zetten zodat, mocht er wat mis gaan, je dit hoort en in kunt grijpen. Laat het koppel samen tot de dekkingen uitdoven, als je ze ‘s avonds samen hebt gezet kun je ze meestal de volgende ochtend weer in hun eigen groepen zetten.

Hieronder een video van een dekking van een aantal jaren terug. Na lang snuffelen is er op 0:30 een dekking te zien, direct gevolgt door zichzelf wassen en nog een dekking.

Vergeet niet de datum van de dekking te noteren en bereken de uitgerekende datum (21-23 dagen na de dekking). Weeg eventueel ook de datum als je haar gewichtstoename in de gaten wilt houden.

Mocht deze dekmethode niet lukken zijn er nog andere dingen die je kunt proberen. Sommige fokkers huisvesten de man en vrouw liever langere tijd samen en halen ze pas uit elkaar als de dame zwanger toont. Het nadeel hiervan is dat ze mogelijk geen ruziën tussendoor, de man moeilijk terug te zetten in de mannengroep en bovendien weet je niet wanneer je dame is uitgerekend. Dit kan een probleem zijn als complicaties zich voordoen en je vrouwtje eigenlijk al overtijd is, maar je dit niet weet omdat je de dekdatum niet weet.

Zwangerschap

Wanneer je dame gedekt is hou je haar de volgende drie weken in de gaten, controleer vooral of ze niet opnieuw flapperig wordt: de dekking is dan niet gelukt en je kunt haar gelijk opnieuw laten dekken. Eventueel kun je haar regelmatig rond hetzelfde tijdstip even wegen om te kijken of ze is aangekomen. Even stilstaan in gewicht of een dag wat afvallen is niet erg, maar als ze na een tijdje aankomen weer terug afvalt zal de dekking niet gelukt zijn of de zwangerschap is afgebroken. Voer haar in deze periode het normale voer, mits dit een kwalitatief rattenvoer is zal dit voldoende zijn voor deze periode.

Verzorging: KraamkooiEnkele dagen voor de uitgerekende datum verhuis je de aanstaande moeder naar de kraamkooi. Zelf doe ik het vaak rond dag 19, maar soms beginnen vrouwtjes eerder al ruzie te maken met kooigenootjes door de hormonen en zet ik ze eerder apart. Een goede kraamkooi heeft een kleine tralieafstand (maximaal 1cm) en is niet al te hoog, denk bijvoorbeeld aan een Ferplast Mary of een Ferplast Duna. In de kraamkooi doe je bodembedekking en veel nestmateriaal en eventueel een nesthuisje. Ook kun je knaagmateriaal ophangen, maar plaats geen verdiepingen of hangmatten in de kooi: het moedertje zou kunnen beslissen haar nest op een verdieping of in een hangmat te maken en dit is niet veilig voor de baby’s!

Geboorte en opgroeien

Het moeilijkste is de bevalling, niet eens zo zeer voor de moeder maar vooral als baasje: laat de moeder zoveel mogelijk met rust! Ga niet boven de kooi hangen, ga niet rommelen in de kooi, loop niet vlakbij de kooi te zenuwpezen. Dit kan de moeder nerveus maken en vergroot het risico op problemen bij de bevalling.Zorg dus ook dat de kooi op een rustige plek in huis staat. Vaak bevallen ze ook ‘s nachts wanneer je slaapt of wanneer je even het huis uit bent.
Wat bloedverlies vlak voor de bevalling is normaal. Grijp enkel in als het moedertje zich duidelijk onprettig voelt, opgezette haren heeft, je persweeën ziet maar er komen geen baby’s, en dergelijke signalen. Neem dan contact op met een ratkundige dierenarts – indien nodig de spoedarts! Volg altijd het advies van een ratkundige dierenarts! Het helpt om nauw contact te hebben met een ervaren rattery om je bij te staan in dit proces.

Pasgeboren rittens

Als de baby’s eenmaal zijn geboren schakel je over op aangepaste voeding: kwalitatief voer hoog in eiwitten, vet, vitaminen en mineralen. Geef eventueel natvoer vlak na de bevalling voor snelle energie voor de moeder.
Wacht tot de moeder van het nest komt voor het nestje te bekijken. Je kunt haar uit de kraamkooi halen en apart zetten met wat lekkers. Sommige moeders laten veel toe, andere moeders vinden het totaal niet leuk dat je bij hun nest in de buurt komt! Dit is compleet normaal en niet erg zolang ze voor en na haar nest wel goed van karakter is. Meestal kalmeert een beschermend moedertje na enkele weken en is ze weer haar normale zelf.

Bekijk de eerste week de rittens slechts een paar minuten per keer, ze zijn nog heel klein en naakt en koelen snel af! Controleer als eerste op melkbuikjes: een witte vlek zichtbaar door de dunne huid wat aantoont dat hun maagjes gevuld zijn met moedermelk. Check daarna op eventuele verwondingen of afwijkingen en als je weet waarnaar te kijken kun je ook al de geslachten onderscheiden. Later kun je ook kijken naar de oogkleur, snorharen, oorstand, tekening, etc.
Na een week hebben de rittens al een donsvachtje en kun je ze wat langer bekijken. De oren gaan open rond 10 dagen oud en rond dag 14 gaan ook de oogjes open. Hierna zullen ze beginnen met rondkruipen en hard voedsel eten. Afhankelijk van hoe de rittens zich ontwikkelen kun je al een klimtouw en/of een hangmatje in de kraamkooi inrichten voor wat uitdaging, en daarna moeder en rittens verhuizen naar een grotere kooi met meer klimmogelijkheden.

Rittenkooi

Wanneer je de mannen van mama en zusjes scheidt is afhankelijk van de lijn, maar meestal is dit wanneer ze zo’n 4,5 tot 5 weken oud zijn. De rittens kunnen immers al vanaf 5-6 weken vruchtbaar zijn en je wilt dit moment voor zijn zodat de mannetjes niet hun zusjes of moeder bevruchten. Op deze leeftijd zijn de geslachten zeker wel al duidelijk: bij de vrouwtjes kun je kijken naar de aanwezigheid van tepels en een vulva welke nu nog gesloten is maar binnenkort open zal gaan, de mannen hebben al flinke ballen hangen (mits ze ze niet intrekken!)

Selectie en verhuizen

Laat de rittens pas verhuizen naar hun nieuwe baasjes wanneer ze minimaal 6 weken oud zijn én minimaal 100 gram wegen. Als er rittens bij zitten die minder dan 100 gram wegen hou je deze wat langer, al zullen ze bij goede voeding en een niet al te groot nest dit gewicht makkelijk moeten kunnen halen. Tegenwoordig is het steeds gebruikelijker om rittens pas met 8 weken te laten verhuizen, dit geeft ze wat meer tijd om mentaal te groeien en geeft je als fokker ook meer tijd om te kiezen. Bijkomend voordeel is dat de rittens op 8 weken ook eerder groot genoeg zijn om te introduceren aan volwassen ratten.

Kies je fokrittens pas definitief wanneer het nest zo’n 5-7 weken oud is, raak niet in de verleiding je keuze al te maken wanneer de vachtjes door komen! Het volgende deel in de blogreeks zal gaan over het selecteren van fokrittens.