In de vorige blog hebben we gekeken naar hoe de vererving van genen in zijn werk gaat en hoe je een kruistabel kunt maken met de genen van 1 locus. Vandaag gaan we in op de andere loci (meervoud van locus) van de tamme rat.

Wat voor loci zijn er allemaal?

Er bestaan allerlei verschillende kleuren, tekeningen, en meer!

Hier is geen eenduidig antwoord op te geven, sorry! Ieder stukje erfelijk materiaal op een chromosoom kan als een locus beschreven worden, met een eigen set genen. Hiervan is niet alles bekend en ook niet alles altijd relevant.

Wel kan ik je vertellen dat er een boel loci bekend zijn welke effect hebben op de vachtkleur (zwart, mink, albino, ..), enkele loci welke witte aftekening veroorzaken (Japanner, essex, ..), verschillende vachtsoort-loci (rex, fuzz, langhaar, ..) en dan nog enkele loci die voor verschillende lichaamstypes zorgen (dumbo, dwerg, ..). Voor een overzicht van bekende loci en genen verwijs ik je graag door naar mijn andere website: rattenvarieteiten.nl

Welke loci er precies allemaal zijn maakt ook eigenlijk niet zoveel uit, zolang je de basisprincipes kent kun je deze toepassen op iedere bekende locus en genen.

Hoe combineren al deze loci zich?

foto van een Russisch blauw agouti Japanner rex rat

combinatie van agouti, Russisch blauw, Japanner en rex!

Je vraagt je inmiddels wellicht af of het nu mogelijk is om een rat te hebben die zowel mink (kleur) als Japanner (tekening) als rex (vacht) als dumbo (lichaamstype) is. Het antwoord is ja, dat kan! In principe kunnen de eigenschappen van alle loci gecombineerd worden met elkaar.

Hoe dit zich uit in een rat is een kwestie van logisch nadenken: de kleur mink heeft natuurlijk geen invloed op de witte aftekening van de Japanner-tekening en vice versa, dus een rat kan makkelijk mink Japanner zijn.
De kleur mink kan in principe ook gecombineerd worden met de vachtsoort fuzz en de rat zal genetisch ook daadwerkelijk “mink fuzz” zijn, maar zul je de mink-vachtkleur nog zien op een rat met weinig tot geen vacht? Waarschijnlijk niet.

De vachtsoort fuzz kan in principe ook gecombineerd worden met de vachtsoort rex, de rat kan genetisch daadwerkelijk “fuzz rex” zijn. Echter zie je natuurlijk van de rex-krullen helemaal niks op een rat met weinig tot geen vacht.

Met kleuren wordt het pas echt interessant, want zo kun je de kleur mink combineren met de kleur Russisch blauw. Je krijgt dan een rat met een vachtkleur die een mengelmoesje is tussen mink en Russisch blauw, en omdat deze kleur opvallend genoeg is heeft deze een naam gekregen: duifgrijs of Russisch dove.

Er zijn echter ook combinaties van kleuren die wel mogelijk zijn, maar niet opvallend genoeg om een echte naam te krijgen. Een voorbeeld is champagne gecombineerd met Amerikaans blauw, dit is genetisch absoluut mogelijk, maar het resultaat is een rat met een bleke champagne kleur. Of dit opvallend genoeg is om een naam te krijgen is afhankelijk van de ratten gemeenschap en of iemand er interesse in heeft om het te benoemen te fokken. Zo kennen wij geen naam voor deze kleur, maar heeft Finland het de naam “ice” gegeven en wordt de kleur wel degelijk gefokt.

Hoe de genen van verschillende loci zich combineren is niet altijd te voorspellen. Inmiddels weten we van veel genen wel wat we kunnen verwachten, maar bij het ontdekken van nieuwe variëteiten is het vaak een kwestie van proberen en testen voor het duidelijk wordt hoe het gen precies werkt ten opzicht van andere genen.

Hoe maak ik een kruistabel met meerdere loci?

We willen nu natuurlijk graag berekenen hoe groot de kans is dat twee of meer variëteiten gecombineerd voorkomen in een nestje. Dit kan met een uitgebreide kruistabel.

Net als bij de eerdere kruistabel beginnen we met de gencodes van de ouders. Laten we dit keer als hypothetische ouders een mink vader nemen, en de moeder is agouti maar draagt zwart en mink.

Gencode vader: aamm (zwartbasis + mink)
Gencode moeder: AaMm (agouti drager van zwart, niet-mink maar drager van mink)

Beide ouderdieren produceren geslachtscellen met van elke locus één gen, dus in elke geslachtscel zit een gen van de a-locus en een gen van de m-locus (de mink locus).
Bij de vader is dit makkelijk: hij kan van de a-locus enkel het “a” gen doorgeven (zwart) en van de m-locus enkel “m” (mink). Hij geeft dus “am” door.
Bij de moeder is het wat lastiger, zij kan van de a-locus zowel “A” (agouti) als “a” (zwart) doorgeven, en van de m-locus zowel “M” (niet-mink) als “m” (mink). Zij kan dus vier verschillende combinaties doorgeven: “AM”, “Am”, “aM” en “am”.

Voor elke combinatie van de ene ouder maak je een rij en van de andere ouder een kolom in de tabel:

  am
AM  
Am  
aM
am

Nu is het een kwestie van invullen, zet wel de genen van dezelfde locus bij elkaar en niet door elkaar! Het handigst is om de letters op alfabetische volgorde te zetten:

  am
AM  AaMm
Am Aamm 
aM aaMm
am aamm

Er zijn dus vier verschillende genotypen mogelijk in de nakomelingen van deze twee ouders, en elk genotype heeft een kans van 1 op 4 (= 25%) om voor te komen. We zullen even kijken wat voor fenotype (uiterlijk) deze genotypen geven:

AaMm = “A” agouti is dominant, “M” niet-mink is dominant, dus de nakomeling is agouti
Aamm = “A” agouti is dominant, “mm” geeft mink. Agouti en mink geeft de kleur cinnamon
aaMm = “aa” geeft zwart, “M” niet-mink is dominant, dus de nakomeling is zwart
aamm = “aa” geeft zwart, “mm” geeft mink, dus de nakomeling is mink

Weten welke kleur de combinaties van kleuren geven, bijvoorbeeld agouti en mink in dit geval, is een kwestie van veel inlezen en onthouden. Vaak zijn er verschillende namen voor een kleur op zwart-basis (zoals mink) en een kleur op agouti-basis (zoals cinnamon), maar soms lijken de namen op elkaar (bijvoorbeeld Russisch blauw en Russisch blauw agouti).

 

Volgende keer wat oefeningen met verschillende kruistabellen met verschillende genen!