Genen en gencodes

De vorige genetica-blog was een pittige intro van het onderwerp genetica, in deze blog gaan we hier op verder. Zorg dat je voorgaande blog goed hebt doorgenomen, anders wordt het heel moeilijk om deze post te volgen!

Genen: dominant, recessief, en..?

Rat met rex-beharing
Het rex-gen is incompleet dominant

Goed, dus iedere locus bevat twee allelen uit een set mogelijke genen. Deze genen zijn onderling dominant dan wel recessief tegenover elkaar. Is dat het hele verhaal? Nee.
Soms is het namelijk niet zo simpel, dat het ene gen dominant is over het recessieve gen waardoor alleen het dominante gen tot uiting komt (zoals bij de genen voor agouti en zwart op de a-locus).

Er zijn ook genen die incompleet dominant zijn, deze zijn wel dominant over een recessief gen, maar niet zodanig dat het effect van het recessieve gen niet tot uiting komt. Je krijgt dan een soort mengelmoesje van de twee genen.

Bloem met roze blaadjes
Incompleet dominant uitgebeeld in bloemblaadjes

Het bekendste voorbeeld bij ratten is het rex-gen. Twee dominante rex-genen zorgen voor de zogenaamde “dubbelrex”-beharing: een sterk krullende en meestal kalende vacht. Een rex-gen in combinatie met het niet-rex-gen geeft een minder sterk krullende vacht, dit is de bekende rex-vacht. Twee niet-rex genen geven natuurlijk een gladharige vacht.

Daarnaast bestaat er ook nog co-dominantie, hier is sprake van wanneer twee genen op een locus even dominant zijn en beide volledig tot uiting komen. Een voorbeeld hiervan is een bloem met een gen voor rode bloemblaadjes en een gen voor witte bloemblaadjes, in het geval van co-dominante genen krijgt de bloem dan zowel rode als witte bloemblaadjes. (In het geval van incomplete dominantie zou de bloem roze blaadjes hebben.)

Bloem met witte en rode blaadjes
Co-dominant uitgebeeld in bloemblaadjes

Tot slot moet je bedenken dat hoewel iedere locus twee allelen heeft, niet iedere locus slechts twee mogelijke genen heeft: soms heeft een locus wel 3 of meer opties! In de regel zijn een deel van de genen dominant te noemen, en de anderen recessief. Echter kunnen de relaties tussen dominantie genen onderling en recessieve genen onderling nog verschillen.

Voorbeelden

Zo zou je bijvoorbeeld een locus kunnen hebben met 3 verschillende mogelijke genen: twee dominante genen en een recessief gen. Laten we deze even A, B en C respectievelijk noemen. Zo kan A dominant zijn over B, en is B recessief te noemen tegenover A maar wel dominant tegenover C. Terwijl C recessief is tegenover zowel A als B. Je hebt dan eigenlijk een soort rangorde:

  1. A
  2. B
  3. C

Nog een voorbeeld: Stel je heb een locus met 3 verschillende mogelijk genen: dominant gen X, recessief gen Y en nog een recessief gen Z. Gen X is uiteraard dominant over zowel Y als Z. Genen Y en Z kunnen onderling incompleet dominant zijn, waardoor een combinatie van deze twee recessieve genen een mengelmoesje geeft. Als je ze in een rangorde zou zetten, hebben genen Y en Z een gedeelde tweede plaats:

  1. X
  2. Y & Z

Gencodes

Als je al eens wat gelezen hebt over kleurgenetica zul je wel al eens gencodes zijn tegengekomen. Eigenlijk hebben we ook al een soort gencode gebruikt in het vorige stukje, we hebben de genen namelijk een letter gegeven om deze makkelijk aan te kunnen duiden.

Wanneer loci en genen wetenschappelijk onderzocht en beschreven worden krijgen zij een officiële gencode om deze aan te duiden. Eerder genoemde a-locus is zo’n voorbeeld: de locus die de genen voor agouti dan wel zwart bevat heeft de code “a” gekregen. De twee genen van deze locus die bekend zijn worden daarom ook met de letter “a” aangeduid, agouti heeft de hoofdletter “A” gekregen om aan te duiden dat het gen dominant is op de locus, en zwart heeft de kleine letter “a” gekregen.

Als we het dan hebben over een rat met twee agouti-genen (en dus agouti van uiterlijk is), duid je dit aan met de gencode AA.
Hebben we het over een rat met één agouti-gen heeft en één zwart-gen (en dus agouti van uiterlijk, maar dragen van zwart), duid je dit aan met de gencode Aa.
Een rat met twee zwart-genen (en dus zwart van kleur) duid je aan met de gencode aa.

Met deze gencode beschrijven we overigens maar 1 locus: de a-locus. In realiteit zijn er natuurlijk nog veel meer loci met allerlei genen, dominant of recessief, maar je kunt praktisch gezien niet de hele gencode van een organisme opschrijven. Meestal schrijf je alleen de codes van de loci op die van toepassing zijn, bijvoorbeeld omdat het een noemenswaardige eigenschap tot uiting brengt of omdat er een recessief gen gedragen wordt.

 

Zo, weer een stapje in het grote verhaal over erfelijkheid en genetica! Volgende keer gaan we verder met hetgeen wat voor fokkers zo interessant is: vererving van genen!

About the author: Elian